Planning
Zo maak je een orderforecast voor je fulfilment

Een bruikbare orderforecast begint bij je eigen verzonden orders per dag. Corrigeer die basis voor campagnes, seizoenen, voorraadtekorten en veranderingen in je assortiment. Deel vervolgens aantallen én orderkenmerken met je fulfilmentpartner, zodat niet alleen het aantal orders maar ook het benodigde werk kan worden gepland. Een orderforecast is een voorspelling van je verwachte bestellingen.
Omzetgroei is geen ordergroei
Het CBS meldde dat de online omzet van de detailhandel in september 2026 4,5% hoger lag dan een jaar eerder. Webwinkels met internetverkoop als hoofdactiviteit boekten 5,0% meer omzet.
Daaruit volgt niet dat iedere webshop 5% meer orders heeft verstuurd. Omzet kan stijgen doordat je meer bestellingen krijgt, maar ook door hogere prijzen, duurdere producten of meer artikelen per bestelling.
PostNL meldde over het derde kwartaal een groei van het e-commercevolume van 2,4%, inclusief ingestroomde brievenbuspakjes. Het binnenlandse volume was exclusief die brievenbuspakjes vrijwel gelijk aan een jaar eerder.
De cijfers van het CBS en PostNL hebben een andere afbakening en kunnen niet één op één worden vergeleken. Samen maken ze wel duidelijk waarom je een fulfilmentplanning niet op algemene omzetcijfers moet baseren.
Begin met verzonden orders per dag
Exporteer minimaal de verzonden orders van de afgelopen twaalf maanden. Gebruik bij voorkeur de datum waarop een order door het magazijn is verwerkt. Een besteldatum kan een vertekend beeld geven als orders door een storing, feestdag of voorraadprobleem later zijn verzonden.
Noteer per dag:
- het aantal orders;
- het aantal orderregels;
- het totale aantal artikelen;
- het aantal brievenbuszendingen en pakketten;
- de belangrijkste bestemmingslanden;
- het aantal retouren dat later uit deze orders volgde.
Een orderregel is één afzonderlijk artikelnummer binnen een bestelling. Een order met vijf stuks van hetzelfde product kan dus één orderregel en vijf artikelen bevatten. Voor de werkbelasting kunnen beide aantallen van belang zijn.
Vergelijk de juiste perioden
Vergelijk een maandag met eerdere maandagen en een actieweek met eerdere actieweken. Alleen week 45 naast week 44 zetten kan misleidend zijn als in één van die weken een campagne, feestdag of voorraadtekort zat.
Markeer daarom gebeurtenissen in je historische gegevens:
- kortingsacties;
- nieuwsbrieven;
- vermeldingen door influencers;
- nieuwe productintroducties;
- dagen waarop populaire artikelen uitverkocht waren;
- technische storingen;
- afwijkende cut-offtijden, de uiterste momenten waarop een order binnen moet zijn voor verwerking op die dag;
- feestdagen in belangrijke bestemmingslanden.
Een dag met weinig orders door een uitverkocht artikel toont niet de volledige vraag. Een uitzonderlijke actie moet je evenmin als normale basis gebruiken.
Maak drie scenario’s
Gebruik geen forecast met één exact getal. Maak een basisscenario, een laag scenario en een hoog scenario.
Stel dat je op vergelijkbare dinsdagen gemiddeld 500 orders verwerkte. Je basisscenario kan rond dat niveau liggen, aangepast voor bekende veranderingen. Het lage scenario houdt rekening met een campagne die minder oplevert dan verwacht. Het hoge scenario laat zien wat er gebeurt als de actie juist sterk presteert.
Dit zijn planningsscenario’s, geen beloften. Vermeld daarom ook je aannames. Bijvoorbeeld: “De forecast gaat uit van voldoende voorraad van de vijf campagneartikelen en een nieuwsbrief naar dezelfde omvangrijke doelgroep als vorig jaar.”
Zodra een aanname verandert, pas je de forecast aan.
Voorspel het werk achter de orders
Vijfhonderd orders met één klein artikel vragen iets anders dan vijfhonderd orders met gemiddeld vier artikelen, cadeauverpakking en internationale documenten.
Deel daarom naast het orderaantal:
- verwachte artikelen per order;
- het aandeel grote of zware producten;
- bijzondere verpakkingsinstructies;
- verwachte B2B-orders;
- het aandeel internationale zendingen;
- acties met een flyer, cadeau of samengestelde set;
- verwachte retouren na de campagne.
Kijk ook naar de voorraad die vóór de verkoop binnenkomt. Een campagne kan pas verwerkt worden als de artikelen op tijd zijn ontvangen, gecontroleerd en opgeslagen. Meld een inslag vooraf in het Warehouse Management Systeem (WMS), de software voor voorraad en magazijnorders, en geef aan wanneer de producten beschikbaar moeten zijn.
Geef campagnes tijdig door
Een fulfilmentpartij plant mensen, werkplekken, verpakkingen en ophaalcapaciteit. Een onverwachte verdubbeling van het volume is moeilijker op te vangen dan dezelfde groei die vooraf is besproken.
eWarehousing vangt piekdrukte op met extra mensen, goede communicatie en zo nodig ruimere openingstijden. Daarvoor is tijdige informatie over sales, campagnes en verwachte ordervolumes nodig. Bespreek daarom per campagne wanneer de eerste forecast nodig is, welke capaciteit kan worden gepland en wanneer je de definitieve bijstelling doorgeeft.
Geef grote wijzigingen meteen door. Wacht niet tot het vaste overleg als een leverancier vertraagt, een campagne wordt verschoven of een artikel onverwacht veel aandacht krijgt.
Vergelijk voorspelling en werkelijkheid
Zet na iedere week de forecast naast het werkelijke aantal orders, orderregels en artikelen. Noteer waar het verschil vandaan kwam.
Was de campagne sterker dan gedacht? Was een artikel te laat binnen? Steeg het aantal orders terwijl het aantal artikelen per order daalde? Met die uitleg wordt de volgende forecast beter.
Meet de afwijking niet alleen over een hele maand. Voor de operatie maakt het verschil of honderd extra orders gelijkmatig binnenkomen of allemaal op maandag.
Je eerste stap: exporteer vandaag je verzonden orders per dag vanaf 1 november 2025. Markeer campagnes, feestdagen en voorraadtekorten. Maak daarna voor de komende vier weken een laag, basis- en hoogscenario en deel naast de orders ook de verwachte orderregels en inslagen.
Bronnen
- CBS: detailhandel zet 2,7% meer om in september, 2 november 2026
- PostNL: Q3 2026 trading update, 26 oktober 2026
Gecreëerd door Team eWarehousing

